Dating the Artist - reflectiethema’s

Over tradities en klassieke conventies

Een thema dat veel stof doet opwaaien, is de vraag naar de typische conventies en rituelen bij een klassiek concert: niet applaudisseren tussen de delen, zaallicht dat aanblijft, chique kledij, geen aankondiging of communicatie tijdens het concert – moeten die behouden blijven, zoals de Koningin Elisabethwedstrijd recent nog voorschreef met een etiquette-instructiefilmpje?

“Zeker voor beginnende concertgangers van klassieke muziek is het al een slechte start als ze verplicht klassieke kledij moeten dragen waarin ze zich niet goed voelen,” vindt een Laatkomer (zelf een beginnende concertganger). “Ik zou het wel leuk vinden mochten de musici, op een ogenblik dat ze dan zelf wel mogen kiezen, het publiek toespreken. Ik vind het ook aangenamer een klassiek concert te volgen met gedoofde zaallichten.” De andere Laatkomer, een twintiger, treedt haar bij: “De muziek en artiesten moeten centraal staan, en je eigen concertbeleving – zonder daarbij de concertbeleving van iemand anders te verstoren. Te laat komen bijvoorbeeld is not done, want niet respectvol naar artiesten en storend voor publiek. Maar of je nu in pull zit, rokje of kostuum, dat maakt dan weer niet uit in mijn optiek.” Maar daar is niet iedereen het mee eens: “Voor de uitvoering zelf, verkies ik stijlvolle kledij. Om te sporten draag je ook aangepaste kledij toch?!” werpt een Adorant op.

Een ander heikel punt is het al dan niet applaudisseren tussen verschillende delen. “Geen applaus tussen de delen, is in theorie om de muziek tot zijn recht te laten komen (om de spanningsboog niet te breken). Maar als een beweging eindigt op een grootse finale, die uitnodigt om spontaan in applaus los te barsten, is dat dan niet beter?” vraagt een Laatkomer zich af. Al voegt hij er zelf aan toe dat het natuurlijk moeilijk te bepalen is wanneer er dan wel of niet geapplaudisseerd mag worden. Lionel Meunier, artistiek leider van Vox Luminis, denkt er hetzelfde over. “Soms wil je als zanger absoluut géén applaus tijdens een concert, om de spanning en de subtiliteit niet te breken, maar op sommige momenten zou het zoveel deugd doen om net wél een applaus te krijgen van het publiek.”

Iedereen – zowel zanger als luisteraar – is het erover eens: doe dat zaallicht uit!  Een concert in een volledig verlichte zaal is niet meer van deze tijd. Het helpt bovendien om geconcentreerder te luisteren, om geraakt te worden door de klank.

Hoewel velen het erover eens zijn dat hét traditionele klassieke concert zeker nog bestaansrecht heeft (“Er zullen altijd wel mensen zijn die gewoon graag een avond uitgaan en een klassiek concert willen beluisteren, met kunstenaars die hoog op een groot podium staan, programmaboek en een glaasje champagne…”), wordt een grotere spontaniteit en vrijheid aangemoedigd. “Misschien wordt het wel eens tijd dat klassieke muziek een minder klassiek publiek gaat zoeken. Het is het conservatisme dat rond klassieke muziek heerst dat net de interesse voor klassieke muziek doodt, en dat zorgt voor een sfeer van snobisme,” vindt een Laatkomer. Een Adorant treedt hem bij: “Hoe laagdrempeliger, hoe beter! Concertrituelen creëren een sfeer van taboe, elitisme en in-crowd. Dus inderdaad: dat dirigenten en solisten vlak vóór een concert in de zaal veel vaker maar spreken tegen het publiek! Garantie dat het publiek nadien ook veel aandachtiger zal luisteren…”

Over publieksverbreding

De discussie over conventies en gebruiken in het klassieke concert, brengt ons naadloos bij een ander heet thema: hoe kunnen we het concertpubliek verbreden? Hoe kunnen we jongeren aanspreken, mensen met een andere achtergrond of cultuur, mensen die in armoede leven en geen toegang hebben tot klassieke muziek?

“Ik heb een groep vrienden die heel bewust met muziek en andere kunstvormen omgaat en hiervoor een soort van gevoeligheid ontwikkeld heeft – en toch zitten er in die groep weinig tot geen mensen die nog maar een poging gedaan hebben om klassieke muziek te leren kennen,” zegt een Trechterprater (zelf een jonge twintiger), “ik denk dat je het ritueel/concept van een klassiek concert zeker moet behouden, maar dat je door het te combineren met bijvoorbeeld visuele kunst, je frisse evenementen kunt ontwikkelen waar je jongeren gemakkelijk heen krijgt  – als je deze evenementen natuurlijk promoot via kanalen waarmee jongeren communiceren.” Dat verleidt de andere Trechterprater (bijna drie keer zo oud en een veelvraat wat klassieke muziek betreft) tot een bekentenis: “Klassieke concerten deed ik vroeger nooit. Mijn drie zonen (allen tussen 30 en 35 jaar) zeggen dat ze dit na hun 45e ook wel zullen doen. En ik, vader, twijfel daar dan aan. En ik neem de vier kleinkinderen elk jaar mee naar een klassiek initiatief voor kinderen. Op hoop van zegen.” De Maatslaaf knikt enthousiast: “Ik heb zelf geen kinderen, maar ik sleur de kinderen van mijn zus mee naar klassiek. Kinderen zijn de core-business! En of ze doet wat ze zegt: drie weken later loopt Kaat, onze muzikale matchmaker, de Maatslaaf tegen het lijf op de trein, met drie kinderen en drie valiesjes. Ze zijn een nacht bij hun tante komen logeren en werden getrakteerd op een klassiek concert én een workshop in het Fotomuseum. Halleluja!

Een bijzonder kwetsbare groep zijn kinderen van migrantenfamilies of vluchtelingen. Een zanger van Vox Luminis ziet het zo: “Vele kinderen leren de historische cultuur van de lage landen alleen maar (en vaak oppervlakkig) kennen op school. Concerten in kerken in hun wijken, met een lezing, de geschiedenis van deze muziek, maar ook meezingen en een mp3-file erbij met de muziek die ze hebben beleefd voor thuis!” Muziek kan op die manier net een instap vormen in een cultuur, een uitnodiging zijn om deel uit te maken van een gemeenschap. “Door personen in armoede aan een cultuurinstelling de binden – door bijvoorbeeld lezingen en kamerconcerten in hun wijken, uitnodigingen tot (familie)concerten – kunnen we laten zien dat er een cultureel leven in hun stad bestaat, dat hen misschien helemaal nog niet bekend was, en ze daardoor meer in de gemeenschap te betrekken.”

Onze oudste Trechterprater stelt zich de vraag “of kunst zelf wel genoeg ‘luistert’. Stel je voor dat men vanuit die visie zou vertrekken: dat men eerst zou gaan luisteren. In OCMW’s, in jongerengroepen, in huizen van gezinnen… en van daaruit een beleid zal bepalen? Niet om ze dus ergens ‘binnen’ of ‘mee’ te krijgen, maar uit interesse waar mensen mee bezig zijn en om aanknopingspunten te vinden. Van bovenuit een ideale kunstmens of kunstliefhebber definiëren, waar nu eenmaal niemand aan kan beantwoorden – dat heeft geen zin. Ik zou zelfs bescheiden durven zeggen: ‘Wij moeten niets verbreden’, laat iedereen op zijn tijd zijn of haar weg maar gaan. Het enige wat wel kan, is spreken en niet kunnen zwijgen. En zo aanstekelijk worden. En zo is ‘de opdracht tot verbreding’ toch niet echt verdwenen, maar krijgt die een ander gelaat.”

Over communicatie en tweerichtingsverkeer

Een cruciaal aspect in het aanspreken van een ander, breder, jonger publiek zou wel eens kunnen liggen in de verbinding tussen publiek en artiesten. Meestal is er tijdens een klassiek concert weinig interactie: de artiesten staan op een podium, de luisteraars zitten in de zaal. Als er al gecommuniceerd wordt, verloopt dat via een programmaboekje of via een inleiding door een musicoloog. De drempel kan een stuk verlaagd worden, als muzikanten zelf het woord nemen  – op een moment dat ze zelf kunnen kiezen uiteraard, en op een manier die bij hen en bij het concert past.

Een zanger van Vox Luminis gooit een vergelijking op: “Ik vind het zinvol dat kunst en muziek niet alleen als éénrichtingsverkeer wordt ervaren, zoals een schilderij in een museum. De presentatie en het optreden voor publiek is altijd afhankelijk van reacties en de sfeer. Het één beïnvloedt het ander.” Een goed publiek wordt door Vox Luminis dan ook omschreven als “open, receptief, aandachtig”. Opvallend is dat de luisteraars iets strenger zijn voor zichzelf: een goed publiek moet volgens hen “betrokken, geconcentreerd, voorbereid, aandachtig, stil” zijn. We lijken het als luisteraar belangrijk te vinden om te weten wat er gaat komen. Om het programmaboekje gelezen te hebben. We vinden dat een beetje voorbereiding erbij hoort. Sommigen zweren bij een inleiding, anderen nemen het programmaboekje mee naar huis om achteraf alles nog eens rustig na te lezen. Iemand bekijkt graag een inleidend filmpje vooraf – liever dat dan een lang interview. Nog anderen laten de muziek het liefst helemaal voor zich spreken. “Voor mij is naar een concert gaan nog altijd ontspannen en geen informatie uit het hoofd blokken”, zegt onze jongste Proever stellig. Ook bij Vox lopen de meningen uiteen: “Het zou wel helpen als het publiek ongeveer weet wat op hen afkomt,” horen we, maar ook: “Als het publiek iets op voorhand moet krijgen, dan is er iets verkeerd met de voorstelling…” De zangers vinden vooral de openheid belangrijk én de concentratie van een publiek, die is voelbaar op het podium, zeggen ze.

Vox Luminis maakt er een punt van om na een concert met het publiek te gaan praten, aan de signeertafel of aan de bar. “We zijn intussen zelfs vrienden geworden met sommige van onze fans!” Dating the Artist is voor hen dus een uitvergroting van iets dat ze zelf al belangrijk vinden: het publiek ontmoeten. En dat wordt gewaardeerd door onze luisteraars: “Een paar woorden wisselen achteraf, meer moet dat niet zijn!” Onze Datingdeelnemers tekenen alvast present op het volgende concert van Vox Luminis, op 10 maart 2018 in Concertgebouw Brugge. En zo is de Vox-fanclub weer wat uitgebreid!